Naar hoofdinhoud
  • Home
  • Kennisbank
  • Zorg naar de jongere toe, niet andersom: het spreidingsplan van Vincent Stijns in regio IJsselland
  • Inspiratie

Zorg naar de jongere toe, niet andersom: het spreidingsplan van Vincent Stijns in regio IJsselland

In regio IJsselland werkt projectleider Vincent Stijns aan een spreidingsplan voor kleinschalige woonvoorzieningen. Het uitgangspunt is simpel en moreel onontkoombaar: jongeren die uit huis worden geplaatst, moeten in hun eigen omgeving kunnen blijven. Zijn aanpak biedt aanknopingspunten voor jeugdzorgregio’s die vraag en aanbod binnen gemeenten en regio’s beter op elkaar willen laten aansluiten.

Deel deze pagina:

Een kaart die alles zichtbaar maakt

De eerste stap van Vincent Stijns in IJsselland was inzichtelijk maken wat er is. Hij bracht vraag en aanbod op gemeenteniveau in kaart: hoeveel jongeren worden er per gemeente geplaatst en hoeveel opvangplekken zijn er in die gemeente beschikbaar? Het resultaat was een kaart die iets liet zien wat niemand eerder zo concreet had gezien: jongeren worden massaal ver van huis geplaatst. Objectiveren, het omzetten van aannames en meningen naar feiten en cijfers die voor iedereen hetzelfde beeld opleveren, is de kern van de aanpak van Vincent.

Op het moment dat je objectiveert, krijg je een soort informatie waarvan je denkt: ja, dat snijdt hout. En daardoor wordt de ontvanger van de informatie zelf geactiveerd vanuit intrinsieke motivatie.

Vincent Stijns

Die kaart activeerde gemeenten. Ze hoefden niet overtuigd te worden door een verhaal: ze zagen het zelf. Een gemeente als Hardenberg realiseerde zich dat jongeren uit hun gemeente ver weg zaten, terwijl die jongeren in hun eigen omgeving hadden kunnen opgroeien. Dat maakte het vraagstuk persoonlijk en urgent.

Waarom doen we dit bij jongeren wel?

Vincent gebruikt een vergelijking die direct aanslaat: niemand vindt het normaal dat een oudere 50 kilometer moet verhuizen als er zorg nodig is. Bij jongeren nemen we dat al jaren voor lief. Ze worden rondgepompt binnen het jeugdzorglandschap, kunnen niet naar hun eigen school blijven gaan, raken hun vrienden kwijt. En dat kost niet alleen welzijn, het kost ook geld: meer zware zorg, meer escalatie, minder herstel.

“Waarom doen we dat bij jongeren wel dan? We weten ook dat het juist heel veel geld kost, maar op de eerste plaats voor die jongeren zeer traumatiserend is.”

Het doel dat Vincent met de regio heeft afgesproken is helder: beschikbaarheid van passende zorg voor jongeren in hun eigen gemeente. Niet als ambitie in een beleidsdocument, maar als concrete norm die stuurt op inkoop, contracten en locatiekeuzes.

Objectiveren als strategie

Wat Vincent onderscheidt is zijn manier van werken: grondig, analytisch en gericht op gedeelde feiten. Twee weken voor elke bijeenkomst stuurt hij informatie toe aan gemeenten en zorgaanbieders, zodat ze intern kunnen afstemmen voordat ze aan tafel komen. In de sessie zelf stuurt hij op concrete besluiten, niet op discussie.

Het doel is een uniform woonproduct dat voor alle jongeren uit de regio beschikbaar is in nabijheid van hun habitat. In tien sessies bouwde hij een projectgroep op waarin gemeenten en zorgaanbieders samen invulling gaven aan een gedeelde kwalitatieve norm: wat is operationeel nodig om een kleinschalige woonvoorziening te doen laten slagen? Aanbieders deelden onderling kennis. Dat vergt vertrouwen en dat vertrouwen ontstond doordat het gesprek steeds over de inhoud ging, niet over posities.

“Je moet het heel simpel en praktisch houden. Vanuit een bestaande situatie werk je toe naar een geobjectiveerde toekomstige situatie met kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken. Net zoals je bijvoorbeeld een huis bouwt, of verbouwt. Je moet het tastbaar maken. Binnen de jeugdzorg is er dan verrassend veel eensgezindheid over waar je naartoe moet en de instrumenten die daarvoor nodig zijn.”

Beschikbaarheidsfinanciering als spelregelverandering

Een van de concrete uitkomsten van het traject is beschikbaarheidsfinanciering: zorgaanbieders worden betaald voor het beschikbaar houden van plekken, ook als die niet altijd bezet zijn. In gemeenten waar voorzieningen ontbreken zullen nieuwe woonvoorzieningen gerealiseerd worden. Vooraf is bepaald: wat, waar en hoeveel. De financiering is ondersteunend gemaakt aan de bedoeling, namelijk beschikbaarheid van woonplekken voor lokale jongeren met complexe hulpvragen.

Het mes snijdt aan twee kanten: zorgaanbieders willen geen financieel risico en gemeenten hebben gegarandeerd plekken beschikbaar. Beiden hebben ook een belang bij langjarige contracten. In deze zaken wordt voorzien. Het is een fundamentele wijziging van de financieringslogica, tot stand gekomen als bestuurlijk besluit.

Er is ook een correlatie aangetoond: in IJsselland nam het totale gebruik van verblijfsdagen af terwijl het aantal kleinschalige woonvoorzieningen toenam. Betere spreiding leidt tot minder zware zorg. Die lijn wil de regio doorzetten.

Wat nog aandacht vraagt

Vincent is eerlijk over wat er nog niet staat: de ambulante zorginfrastructuur die de kleinschalige woonvoorzieningen moet ondersteunen. Als een jongere in een kleinschalige voorziening extra ondersteuning nodig heeft van verslavingszorg, GGZ of forensische expertise, moet die snel beschikbaar zijn. Is dat niet het geval, dan escaleert de situatie alsnog. Dat is het grootste aandachtspunt voor het vervolg.

Het project in IJsselland is door vertaald naar een inkoopprocedure (onder leiding van Wouter Kwakman). De aanbesteding is eind augustus 2026 gepubliceerd. De ingangsdatum is 1 januari 2027.

Waar zit de hefboom?

Systemen, zoals de jeugdzorg, blijven vaak hangen in dezelfde patronen, ook als iedereen het beter wil doen. De Amerikaanse wetenschapper Donella Meadows ontdekte dat je in zo'n systeem op verschillende plekken kunt ingrijpen, en dat niet elke plek evenveel effect heeft. Een tarief aanpassen of een extra plek regelen werkt snel, maar het effect is meestal klein en tijdelijk. Het doel van een systeem veranderen, of de aanname die eronder ligt bijstellen, kost veel meer tijd en moeite, maar de verandering die je dan te pakken hebt is groter en houdt langer stand. Dit verhaal laat zien op welke van die plekken, deze hefboompunten, echt beweging is gemaakt.

De kracht van dit verhaal zit in de combinatie van drie hefbomen: doelen, informatiestromen en fysieke structuren. Door vraag en aanbod te objectiveren, hoeft Vincent niemand te overtuigen: gemeenten zien het zelf het nut voor verandering. Dat is een informatie-interventie die eigenaarschap activeert in plaats van weerstand oproept. Gecombineerd met een helder, enkelvoudig doel, blijft de discussie bij de kern in plaats van te verzanden in bijzaken.

Wat nog niet op orde is, is de buffer onder het plan: de ambulante zorginfrastructuur die de kleinschalige woonvoorzieningen moet dragen. Dat is een herkenbaar patroon: de zichtbare, snel te veranderen onderdelen van een systeem, aanbod en spreiding, worden eerder opgepakt dan de onzichtbare reservecapaciteit die het geheel pas robuust maakt. Die volgorde is begrijpelijk, maar vraagt wel om bewuste vervolgstappen, anders blijft het resultaat kwetsbaar.

Tips

  1. 01

    Begin met objectiveren

    Breng vraag en aanbod in kaart op zowel regionaal als gemeenteniveau. Gedeelde feiten activeren eigenaarschap beter dan elk verhaal. Daarbij hoort ook een financiële risicoanalyse.

  2. 02

    Houd het doel eenvoudig

    Te veel vragen tegelijk op tafel creëren een escape om de eerste stap niet te zetten.

  3. 03

    Stuur op het tempo van het ambtelijk apparaat

    Signalen van overbelasting zijn geen obstructie maar informatie.

  4. 04

    Plan de ambulante infrastructuur mee van het begin af aan

    Kleinschalige woonvoorzieningen zonder goede ambulante ondersteuning zijn kwetsbaar.

Deel jouw voorbeeld

Dit artikel is onderdeel van een reeks waarin we laten zien hoe gemeenten, jeugdzorgaanbieders, onderwijs, regio's en professionals in de praktijk vormgeven aan de transformatie van de jeugdzorg. Verandering begint bij voorbeelden, niet bij beleidsnota's. Overal in het land zijn plekken waar de beweging naar voren al lukt, en plekken waar het schuurt.

Daarom voeren we hefboomgesprekken met goede en minder goede voorbeelden. Die gesprekken leveren geen rapport op, maar patronen: wat maakt dat het ergens wel lukt, en wat zit er in de weg? Door voorbeelden zoals dit te ontleden aan de hand van hefboompunten, plekken in een systeem waar verandering mogelijk is, wordt zichtbaar waar de kracht van een aanpak zit en waar de kwetsbaarheden liggen.

Dat helpt anderen om niet blind te kopiëren, maar gericht te leren. Heb jij zelf een voorbeeld, goed of juist minder goed, waar anderen van kunnen leren? We gaan graag met je in gesprek om te kijken wat daarin de hefboompunten zijn. Zo verbinden we koplopers in de jeugdzorg met elkaar en met iedereen die net zo hard op zoek is naar wat werkt. Mail naar communicatieozj@vng.nl.

 

Krijg ondersteuning van een regioadviseur

Wil je hulp bij het inrichten van het sociaal domein? Of beter leren samenwerken? Onze regioadviseurs staan voor je klaar. Met een berg praktijkkennis kunnen ze goed inschatten wat werkt, wat je hulpvraag ook is.